Production Tip (02) – Balanceren van je mix

Mixing_Board

De eerste stap in het creëren van een mix is om te beginnen met het instellen van de relatieve volume niveaus van elke instrument, dit houdt in dat je de track een muzikale stijl gaat geven. Je moet de belangrijke elementen binnen in je genre identificeren en ervoor zorgen dat deze worden geplaatst op de voorzijde van je mix. Typisch voor alle dancemuziek betekent dit de drums en bas aan de voorzijde van de mix, met alles wat centraal moet zitten achter hen moet zitten. Dit houdt ook in voor de vocalen .

Het is gewoonlijk het beste om te beginnen met mixen met alleen de belangrijkste elementen. Je moet dus alles muten behalve je drums. Zoals we al weten is de kick drum de dominantste stuk van een drum loop. Zet je kick drum op een gebalanceerde level waarna je de kick drum als referentie gaat gebruiken. Vanaf nu kun je, je snare, claps, hi-Hats, cymbals en percussie instrumenten unmuten en je volume levels bepalen met de kick als de prominente sound!

Belangrijk:
• Tijdens het bepalen van je volume levels, val jezelf niet lastig met panning( stereo imaging ), EQ of effecten.
• Unmute stapsgewijs de belangrijkste instrumenten en zet je faders op een level zoals je ze je voorstelt in je hoofd.
• Heb je moeite met bepalen van je volume levels, je track in mono zetten geeft je de mogelijkheid de relatieve volumes nauwkeuriger te horen. Je kunt je track in mono zetten met verschillende plug-ins en sommige daws hebben ook de functie in de mixer zelf. Een van de plug-ins zijn: Waves S1 Imager, Izotope Ozone.
• Mijn tip: Als je een instrument z’n volume levels gaat aanpassen, luister niet naar het instrument zelf, maar naar de gehele mix en hoe je volume wijziging de mix aanpast!
• Voorbeeld: Je strings vind je te zacht dus je zet de volume in de mixer hoger, focus je dan niet op je strings, maar luister naar hoe de andere instrumenten worden ‘’aangeraakt’’ door de strings in volume stijging.
Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen workflow(werkwijze).
Wat al vanaf dag een, een volgorde is bij het mixen:

1)Volume ( Faders ) : Gebruik kanaalfaders om relatieve spoor in te stellen.

2)Panning ( Stereo Imaging ) : Afzonder tracks door ze te plaatsen in het stereobeeld.

3)EQ: Geef elk spoor zijn eigen sonische ruimte door het vormgeven van geluiden met de equalizer.

4)Galm ( Reverb ) :Geef elk spoor zijn eigen schijnbare afstand tot de luisteraar door het aanpassen van de galm ( reverb ) niveau.

5)Dynamics: Pieken strijken, achtergrondgeluiden elimineren, en het naar niveau brengen van minder hoorbare zinnen met compressie, limiting, poorten, en andere processen.

De mix moet al werken voordat je er effecten aan gaat toevoegen!
Het gevolg is dat als je wel al effecten toevoegd, je de directie waar je naar toe wilt gaat verliezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *